Voorpublicatie uit Neem een Geit van Claudia de Breij

***exclusief ***

Waarom de geit geit heet

Waarom de geit geit heet

Omdat het bijna weekend is. Of gewoon voor de gezelligheid:

Een voorpublicatie uit Neem een Geit van Claudia de Breij. Ik hielp haar met de interviews, vandaar. In dit hoofdstuk: waarom Neem een Geit neem een geit heet.

Waarom de geit geit heet

Neem een geit

 

We zijn bij Hanneke Groenteman thuis. Een middag vol verhalen, waarvan een groot deel sappig (en dus off the record). Thee, koekjes en na een paar uur praten dan toch maar witte wijn en een nootje. Met mate, want Hanneke hoort kleine hapjes te nemen na de maagverkleiningsoperatie die ze onderging om, vrij laat in haar leven, het lichaam te krijgen dat wat haar betreft altijd al bij haar paste.

Hanneke Groenteman. Als puber smulde ik van haar presentatie van het zondagmiddag-cultuurprogramma De Plantage op televisie. Ze is slim, ze is grappig, ze is lief – maar niet ongevaarlijk. Ik vond haar altijd stoer. Zo’n werkende vrouw die in haar eentje een zoon grootbracht en al die tijd is blijven werken, en zichzelf heeft ontwikkeld. Nu is ze oud, volgens de kalender dan. Bijna zesenzeventig als we haar spreken. Toch kun je vrijuit met haar praten over het leven, de liefde, seks en de geneugten van een incidenteel xtc-pilletje.

‘Ik weet helemaal niks hoor, ik heb helemaal niks te zeggen,’ antwoordt ze op mijn verzoek. Maar langskomen mag altijd, want dat is sowieso gezellig. Hanneke blijkt, in weerwil van haar bescheiden houding, vol te zitten met levenslessen (waarover later meer) en zelfs met de les die de titel van dit boek zal brengen. ‘Ik heb in mijn leven ongelofelijk veel plezier gehad van een verhaal dat Renate Rubinstein mij geloof ik heeft verteld’, vertelt ze. ‘Of Judith Herzberg, of een andere Joodse wijsneus. Een verhaal waar je echt wat aan hebt in je leven.’

Waarom de geit geit heet

Wij nemen nog een nootje en kruipen naar het puntje van onze stoel.

‘Een arme, oude Joodse man woont in een heel klein hutje met vijf kinderen en een zwangere vrouw. Ze kunnen hun kont niet keren, het is veel te vol. Die man is ten einde raad, gaat naar de rabbijn en zegt: rabbi, ik heb een huisje, vijf kinderen, mijn vrouw is zwanger, ik word helemaal gek in dat kleine hutje, wat moet ik doen? De rabbijn zegt: neem een geit in huis. Die man denkt: een geit? Maar hij doet alles wat de rabbijn zegt en koopt dus die geit. In dat volle hutje, met die zwangere vrouw en die vijf kinderen, komt een poepende, piesende geit. Hij wordt helemaal gek natuurlijk en gaat een week later naar de rabbijn terug. Hij zegt: rabbi, die zwangere vrouw, die vijf kinderen, die geit, wat moet ik doen?

Zegt de rabbijn: doe die geit weg.’

Ik kijk wazig, vermoed ik, want Hanneke legt uit: ‘Dan heeft hij ruimte, snap je? Dus wij hebben heel vaak in de familie dat iemand zegt: die heeft een geit. Iemand heeft bijvoorbeeld een afspraak en die ander belt af. Of je gaat er zelf niet naartoe, en merkt dan dat je ervan geniet dat je niet hoeft. Dan was het een geit.’

Verdomd. Wij kunnen dat ook hebben, dan zeggen we tegen elkaar: we gaan naar de film en spreken af met die en die. Of niet. En dat ‘of niet’ zeggen, dat voelt dan heel goed.

Hanneke: ‘Dat is een geit.’

De les is eigenlijk: ‘Doe die geit weg.’ Want een geit nemen, dat heb je vaak gedaan. Je hebt het alleen niet door gehad. Als je te druk bent, gestresst, slecht slaapt, niet aan jezelf toekomt, niet leuk bent, zoek de geit. En doe hem dan weg.

Waarom de geit geit heet

 

Claudia de Breij, Neem een Geit, Lebowski, 208 blz, 19,99 euro