Christien Meindertsma

Christien Meindertsma

Christien Meindertsma ontleedde PIG 05049.

Het varken eindigde als figuurworst, tiramisu en bier.

Volgende week verschijnt Meindertsma’s fotoboek.

Het boek PIG 05049 begint met een tekening van het zijaanzicht van een varken. Een beeld dat doet denken aan de informatieve platen die vroeger bij de slager hingen om klanten duidelijk te maken dat de achterham van de achterpoten afkomstig is, en varkenshaas een malse spier in de rug is. Maar in en rond PIG 05049 krioelt het van de getalletjes, beginnend bij 1 en oplopend tot 187. Het is in een oogopslag duidelijk: de eenvoud van vroeger is verleden tijd.

Christien Meindertsma

Drie jaar lang onderzocht de Rotterdamse ontwerpster Christien Meindertsma (1980) welke producten er van een varken worden gemaakt. Ze keek niet alleen naar het vlees, maar onderzocht ook de rest van het varken: huid, beenderen, organen en bloed. Een speurtocht die bijna tweehonderd producten opleverde, en haar van de ambachtelijke slager leidde naar de tatoeëerder, tandarts, apotheker, boer en wapenspecialist.

Het resultaat is nu gebundeld in een dikke pil met een (varkens)huidkleurige kaft en een geel plastic oormerk met nummer PIG 05049 op de rug. Een helder vormgegeven boek dat wetenschappelijk aanvoelt, maar vooral een fotoboek is waarin Meindertsma met haast chirurgische precisie de diaspora van een varken ontleedt door alle eindproducten met haar camera vast te leggen. Op de rechterpagina’s staan foto’s van de producten op ware grootte – de ondertitel van het boek is dan ook 1:1. Links een korte toelichting en een kleine illustratie.

Bladerend door het boek komen de meest uiteenlopende dingen langs. Een veiligheidshandschoen gemaakt van varkensleer. Een bakje tiramisu, waar gelatine uit de varkenshuid in zit dat het toetje luchtigheid geeft en als stabilisator werkt. Dezelfde gelatine wordt ook gebruikt in de wapenindustrie bij de productie van kogels: hier dient het als geleidingsmiddel. Verderop in het boek is een lucifer afgebeeld, die zijn stevigheid mede dankt aan de lijm uit varkensbotten. Een flesje Heparine, een antistollingsmiddel met stoffen uit het darmkanaal van een varken. En een kloddertje anti-rimpelcrème en een punt gespoten autolak, omdat beide varkensvetten bevatten.

„Mijn boek is geen wetenschappelijke studie”, wil Meindertsma meteen duidelijk maken. „Ik heb grondig onderzoek gedaan, de informatie die ik heb klopt. Maar ik beweer niet dat er in alle eindproducten die ik heb gevonden ook echt delen, of zelfs minuscule deeltjes van varkens zitten. Sommige producten maken alleen gebruik van grondstoffen uit het varken tijdens het productieproces.

„Zo staat er een biefstuk in het boek. Kleine stukjes biefstuk worden aan elkaar geplakt tot een mooie bieflap met behulp van fibrine, een stollingseiwit in het varkensbloed. Dat gebeurt ook met tonijnsteak en Sint Jakobsschelpen bijvoorbeeld. Maar het is natuurlijk de vraag of je ook kunt stellen dat de tonijnsteak stukjes varken bevat. Bovendien geef ik slechts de mogelijkheid aan, het is niet zo dat het bij elke tonijnsteak gebeurt.”

Een ander voorbeeld is de gelatine uit de varkenshuid die wordt gebruikt om drank helder te maken, te klaren. In PIG 05049 staan om die reden afbeeldingen van een glas bier, wijn en limonade. Meindertsma’s boek is dan ook geen handboek voor vegetariërs, of mensen die om religieuze redenen ver van het varken blijven. Die raken er eerder van in de war: het lijkt wel alsof varkens overal inzitten.

"Het verbaasde me dat er aan veel light-producten ook gelatine wordt toegevoegd om er toch een romige smaak aan te geven. Nul procent vet, maar wel met varkensgelatine"

De fascinatie van Christien Meindertsma met de herkomst van producten ontstond op de Design Academy in Eindhoven. Zij studeerde in 2003 af met een serie truien die waren gebreid van de wolopbrengst van een scheerbeurt van één schaap, waardoor iedere trui een andere kleur kreeg of net wat langer of korter was. Het ‘paspoort’ met gegevens van het schaap hing als een label aan de trui.

Ook bleek Meindertsma’s ordeningsdrang al uit haar eerste boek Checked Bagage. Ze kocht daarvoor op een veiling 3.264 voorwerpen die de douane op Schiphol in één week tijd in beslag had genomen. Huishoudelijke voorwerpen, van nagelknippertje tot haarspeld, die na 11 september 2001 als gevaarlijk werden bestempeld. Ze sorteerde de collectie op basis van kleur, grootte en vorm en fotografeerde ‘de wapens’ voor haar boek. Deze twee fascinaties – herkomst en ordening – komen in PIG 05049 nu voor het eerst samen.

„Voordat ik met mijn onderzoek begon, had ik verwacht bij eindeloos veel verschillende bedrijfjes terecht te komen, die elk een ander stukje van het dier verwerkten. Maar zo is het niet. Al het vlees – ook onze dode huisdieren – komt uiteindelijk bij één bedrijf terecht. Bij deze vleesverwerker wordt er van alles van gemaakt. Medewerkers vertelden heel open wat voor producten en grondstoffen ze maakten. Maar als ik dan fabrikanten nabelde, wilden ze het vaak niet bevestigen. Een shampoofabrikant wil niet te koop lopen met het feit dat er varkensvet inzit. En als je collageen laat inspuiten tegen rimpels, wil je misschien niet eens weten dat het van varkens afkomstig is.”

Vlees (54 kilo van de 103,7 kilo wegende ‘05049’) vormt niet het dikste deel van het boek. Natuurlijk staan in dit hoofdstuk de meest voor de hand liggende voorbeelden, zoals gehakt en een riblap. Maar de mens eet meer dan het vlees alleen: ook vet (kaantjes), kop (zure zult) en bloed (bloedworst) laten we ons smaken. Net zoals maag (tripe, in bijvoorbeeld Frankrijk een delicatesse) en gefrituurd varkensoor (lekkernij in Azië). Opgeteld blijken 87 van de 187 producten voor menselijke consumptie.

„Gelatine vond ik het meest interessant”, zegt de ontwerpster. „Dat zit in zoveel producten. Drop en winegums, dat is wel bekend. Maar het verbaasde me dat er aan veel light-producten ook gelatine wordt toegevoegd om er toch een romige smaak aan te geven. Nul procent vet, maar wel met varkensgelatine. Maar ook de omhulsels van pillen worden van gelatine gemaakt. En het wordt in de techniek gebruikt, onder andere bij de elektrolyse van koper.”

„Zo gaat het Nederlandse varken de hele wereld over”, vertelt Meindertsma. „Dat is wat ik wilde laten zien, die lijntjes. Het is niet mijn bedoeling een standpunt in te nemen, niet van boeren, Partij voor de Dieren of consument. Dat vertroebelt het beeld. Ik wilde enkel vastleggen wat er gebeurt, juist omdat we het niet weten. In de jaren zeventig werden dit soort boeken nog wel gemaakt voor slagers. Nu niet meer, het is te ingewikkeld geworden. Maar als we het niet weten, kan het ons ook niet schelen. Dat is wat ik kwalijk vind.”

Door haar grondige benadering geeft Meindertsma’s boek een gevoel van volledigheid. Alles van het varken wordt opgegeten of verwerkt. We halen zelfs proteïne uit de haren om brood zachtheid te geven. En mocht er iets overblijven, dan maken we er groene stroom van. Het varken gaat schoon op.

Of, anders gezegd: het varken met het krioelend aantal getallen op zijn lijf is ook een beangstigend beeld. Een symbool dat laat zien dat de bio-industrie, technologie, medische wetenschap, kortom de mens, het hele varken opmaakt.

Gelatine uit de varkenshuid zit in snoep en kwarktaart. Het wordt als glijmiddel gebruikt bij de productie van kogels en voor de omhulsels van pillen

Het boek PIG 05049 van Christien Meindertsma is vanaf begin december te koop. Meer informatie over Meindertsma: www.theseflocks.com. Zomer 2008 maakt Meindertsma in de Kunsthal Rotterdam een warenhuis met varkensproducten tijdens ‘Kunsthal Kookt’.

Gelatine uit de varkenshuid zit in snoep en kwarktaart. Het wordt als glijmiddel gebruikt bij de productie van kogels en voor de omhulsels van pillen. Ook de lichtgevoelige kristallen op film worden gebonden door gelatine. Links onder de kogel: hartkleppen van een varken die bij mensen worden geïmplanteerd. Linksonder en rechtsboven: de as van varkensbotten versterkt het porselein van een ketting en een beeldje. In brooddeeg zit een proteïne uit varkensvlees die het deeg soepel houdt. Varkensvet dat overblijft, wordt gebruikt voor de productie van groene stroom en komt dan terecht bij het stopcontact.

 

 

45 kilo varkensvlees per persoon

In Nederland zijn afgelopen jaar 14,1 miljoen varkens geslacht.

Nederlanders eten zo’n 45 kilo varkensvlees per persoon per jaar.

Nederland exporteert ook nog veel varkensvlees: 4,9 miljoen biggen en 3,2 miljoen vleesvarkens en zeugen worden per jaar uitgevoerd.

Een boer wordt voor zijn varken betaald per geslacht gewicht. Een slachtvarken weegt gemiddeld tussen de 100 en 125 kilo. Eenmaal geslacht blijft daar (zonder ingewanden) 75 tot 95 kilo van over.

Per kilo geslacht gewicht krijgt een boer ongeveer 1,40 euro. In 1975 was dit 1,65 euro per kilo.

 

Gepubliceerd in NRC Handelsblad en nrc.next, 2007